scholencompetitie

Sinds ruim vijftien jaar bestaat er voor diverse sporten een samenwerking tussen zes grote Vlaamse instituten. Zij organiseren over het hele land diverse tornooien voor een aantal sporten. Dit is voor voetbal, tafeltennis, zwemmen, netbal en ook boccia.

De scholencompetitie boccia bestaat sinds 1997. De vijf instituten die hieraan deelnemen zijn: Sint-Gerardus uit Diepenbeek, Sint-Jozef uit Antwerpen, Sint-Lodewijk uit Kwatrecht, Ten Dries uit Landegem en Dominiek Savio uit Gits. De scholencompetitie boccia loopt over vier tornooien. Zij worden in elke provincie georganiseerd op een woensdagnamiddag. Het eerste tornooi is steeds te Gits in oktober, het tweede in november te Gentbrugge, het derde in maart te Antwerpen en het vierde en laatste in mei te Diepenbeek. Elk instelling vaardigt ploegen af: voor het seizoen 2014-2015 zijn er vier team-ploegen (BC1/2) en zes pair-ploegen (BC3). De team-ploeg bestaat uit drie spelers (met eventueel twee wisselspelers) die de bal kunnen werpen. De pair-ploeg bestaat uit twee spelers (met eventueel één wisselspelers) die de bal niet kunnen gooien en die gebruik maken van een hulpstuk (een soort goot) en een sportassistent die de goot op commando van de speler beweegt maar niet naar het veld mag kijken. De teamwedstrijden worden gespeeld naar drie ends (of sets). Officieel is dit zes, maar dit is in deze competitie niet mogelijk omdat de competitie anders te lang zou uitlopen. De pairwedstrijden worden gespeeld naar twee ends (of sets). Officieel is dit vier. Alle teamploegen spelen tijdens een tornooi één keer tegen elkaar. Elke ploeg speelt dus vier wedstrijden. Elke gewonnen match levert twee punten op, een verloren match geen en een gelijkspel één punt. Als alle wedstrijden gespeeld zijn, levert dit het eindklassement van het tornooi op. Bij de teamcompetitie tellen de beste drie van de vier resultaten mee voor het eindklassement. Er is ook altijd een dagwinnaar (tornooiwinnaar) met bijhorende wisselbeker en medailles. Bij de paircompetitie spelen alle ploegen - verdeeld over de vier competitienamiddagen - twee keer tegen elkaar. De ploeg met de meeste punten wint het eindklassement. Bij de paircompetitie tellen alle wedstrijden mee.